Op het eind van de 19e eeuw kwam in Europa een nieuwe kunststijl op met een nieuwe vormentaal die zowel in de beeldhouwkunst, de toegepaste kunst, de schilderkunst en de architectuur werd gebruikt. Kenmerkend is de asymmetrische golvende lijn. De naam van deze stroming was afhankelijk van het land waar de stijl werd toegepast: in Frankrijk de Art Nouveau en in Duitsland de Jugendstil. Bekende steden in Europa waar in deze stijl werd gebouwd zijn Brussel, Wenen, Glasgow, Nancy en Parijs. In Nederland is Art Nouveau-architectuur onder meer te zien in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, vaak in de winkelstraten.
Art Nouveau is een kunstbeweging gericht op de toekomst. Om die reden werd die in de architectuur veel toegepast op panden en gebouwen van nieuwe bedrijfssoorten als verzekeringskantoren en winkels. De laatste kwamen pas ver in de 19e eeuw op. Daarvoor werd bijna alle waar op markten verhandeld.
Een belangrijke vernieuwing door de Art Nouveau was het gebruik van ijzer. Hierdoor konden grotere ruimten worden overspannen, waardoor grote raamoppervlakten mogelijk waren. Een ander vernieuwend element is de toepassing van gekleurde, vaak geglazuurde baksteen en het gebruik van tegeltableaus.
De Art Nouveau-architectuur in Utrecht is van de hand van plaatselijke architecten, van wie Rijksen de bekendste is. Hij heeft het vroegere hotel Noord-Brabant op het Vreeburg, zoals de Utrechters zeggen, gebouwd, het Siebel-pand op de Lange Elisabethstraat en het bekendste pand in Utrecht in de Art Nouveau-stijl, de apotheek op de Voorstraat. Op de wandeling komen we langs al deze panden.
